Wie ik ben en waarom
Veel schrijvers wisten al heel jong dat ze boeken gingen schrijven. Ik niet. Ik wilde muzikant of filmregisseur worden. Het werd muzikant. Muziek bleek iets makkelijker te maken dan een speelfilm.
Geboren
Maar eerst werd ik geboren op maandag 9 december 1957 in Oosterhout, Noord-Brabant. Van Oosterhout weet ik helemaal niks, maar van Curaçao weet ik wel veel. Daar verhuisden we naartoe toen ik bijna twee jaar was en we bleven er drie jaar wonen. Terug in Nederland woonde ik in Lunteren, Arnhem en Den Helder waar ik nog steeds woon. Samen met illustrator Monique Dozy
School & werk
Mijn schoolcarrière was kort en krachtig. Eerst de lagere school en toen naar de LTS, de Lagere Technische School, waar ik tegen m’n zin in doorploeterde tot en met de derde klas, waarna de leraar Nederlands het genoeg vond. Ik werd naar huis gestuurd en mocht niet meer terugkomen. Vond ik dat erg? Nee, want het klikte niet tussen ons. Waar het wel mee klikte was de muziek. Ik speelde als (contra)bassist in rock-, soul en jazzbandjes, schreef m’n eigen liedjes en trad overal op. Geweldige tijd. En nee, het is geen luizenbaantje, ook al denken veel mensen van wel. Het is hard werken en je moet het echt willen. Rijk worden is er niet bij. Nou ja, voor sommige artiesten wel. Na honderden liters koffie, kilo’s patat, duizenden kilometers snelweg en bezoek aan alle pompstations in Nederland, wilde ik meer dan alleen muziek maken en optreden.
Schrijven
Bij toeval (kan dat?) ontdekte ik het plezier in schrijven. Eerst als muziekrecensent, maar al snel kreeg ik er lol in om mijn eigen verhalen te verzinnen. Ik besloot een opleiding filmscenario schrijven te doen (toch iets met film) en debuteerde met een komische kindertv-serie, getiteld: ‘Dokter Schneibitte’. Verder succes bleef uit maar er was wel een schrijfzaadje in mij geplant. Na een aantal probeersels schreef ik m’n eerste echte verhaal over een aardappel Bintje, die met een wortel Peen en een takje peterselie Petra Selie, de strijd aanbindt met superkwaaie spruitjes, getiteld: Bintje Pieper en de Gifgroene Griezels. Je moet ergens beginnen. Uitgeverijen waren niet geïnteresseerd en het is nooit uitgebracht. Bintje ligt nog steeds in de la. Om er zeker van te zijn of ik nou wel of niet een boek kon schrijven probeerde ik het nog een keer. Dat werd Lotje Later. En dit keer lukte het. In 2016 debuteerde ik met Lotje Later en werd genomineerd voor de Hotze de Roos prijs 2017. Dus… je bent nooit te oud om iets anders te gaan doen.
Doorschrijven
Nu mag ik soms maanden doorbrengen in de wereld van Frietje, Paloma, Orlando, Joe Mellow, Pim en Valetta. Achter mijn laptop droom ik weg en beleef hun avonturen die ik zo goed mogelijk probeer op te schrijven om met jullie te delen. Inmiddels staan er vijf boeken in de winkel met daarin eigenwijze en nieuwsgierige personages, avonturen, een koppige geit, lekkere pannenkoeken, een pistool en heel veel muziek.
Dit is mezelf in een notendop. Als je nog meer wilt weten (of alles), lees dan de Q & A, boek me voor een klasbezoek bij de Schrijverscentrale of stuur me een e-mail.
– Q & A (Met deze steengoede vragen en intelligente antwoorden is het zó gemakkelijk om bijvoorbeeld een spreekbeurt of boekenbeurt over mij in elkaar te zetten.)
Waar en wanneer ben je geboren?
In Oosterhout, Noord-Brabant, op maandag 9 december 1957.
Wat is je leukste jeugdherinnering?
Ik heb als klein jongetje drie jaar op Curaçao gewoond. Geweldige tijd. Mijn vader zat bij de marine en we moesten daardoor regelmatig verhuizen. Oosterhout, Curaçao, Lunteren, Arnhem en Den Helder.
Wat deed je het liefst als kind?
Buitenspelen en naar school gaan (echt waar). Als zevenjarige verhuisde ik naar een nieuwbouwbuurt in aanbouw in Den Helder. Er waren nog maar drie straten af. Voor de rest was het een groot bouwterrein. We pikten hout en ander materiaal om hutten te bouwen. En in het weekend beleefden we spannende avonturen op de verboden bouwterreinen. Verder was ik gek op muziek luisteren en fantaseerde dat ik voor volle zalen stond te spelen.
Als je een superkracht kon bezitten, wat zou dat dan zijn en waarom?
Met mijn superkracht zou ik af en toe de wereld stop zetten. Waarom? Zodat ik en de aarde even op adem kunnen komen want tjongejongejonge, wat zijn we met z’n allen druk, met te veel en wat zijn we een stelletje viespeuken. Ik ook! Dus, ik koop een bulldozer, dan zet ik met mijn superkracht de aarde stil en ruim ik alle troep op. Plant ik overal nieuwe bomen en rust ik even uit met een kopje koffie. Dan zet ik de aarde weer aan en kunnen we weer een tijdje vooruit.
Wat is het spannendste dat je ooit hebt gedaan?
Een van mijn favoriete bands vroeger was Focus. Een Nederlandse band die wereldberoemd was. En ik was een groot fan van Focus gitarist Jan Akkerman. Ik leerde Jan veel later persoonlijk kennen en in 2010 hebben we samen opgetreden voor een groot publiek. Onvergetelijk!
Hoe ziet jouw ideale dag eruit?
Ken je die ansichtkaarten met daarop foto van een prachtig wit strand met palmen en heerlijke ligstoelen? Nou zo.
Wat is jouw favoriete vakantiebestemming?
Italië. Bijzonder land. Lekker eten en drinken.
Wat was vroeger je lievelingsboek?
Ik heb geen flauw idee. Ik las elke week de Pep, een weekblad vol met strips, daar hadden mijn ouders een abonnement op. Zelf had ik ook stripboeken, een Arendsoog en twee Pietje Bell’s. Maar eerlijk is eerlijk, ik was liever buiten aan het spelen dan aan het lezen. Buiten beleefde je de avonturen in het echt.
Om welk boek moest je voor het eerst huilen?
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit gehuild heb om een boek. Wel om films en muziek. Muzikanten die op het juiste moment de juiste noten spelen zoals Branford Marsalis en Astor Piazzolla of de muziek van Sjostakovitsj bezorgen mij kippenvel, beroering en tranen. Boeken kunnen me wel op andere manieren raken. Verhalen die je een gevoel meegeven. Of een wijsheid.
Wat is je lievelingsslechterik in een boek?
Dat was juffrouw Bulstronk uit Matilda van Roald Dahl. Brrr! Maar sinds kort heb ik m’n eigen slechterik: Ides Bottenbley, directrice van Bergdwaal in Het verhaal van een prinses en een pistool.
Welk boek had jij wel willen schrijven?
Het Chinees woordenboek.
Welk kinderboek zou jij je beste vriend cadeau doen en waarom?
De kleine Nicolaas-serie van Goscinny (schrijver van Asterix) en Sempé. Omdat het zo verschrikkelijk grappig is!
Wanneer wist je dat je schrijver wilde worden?
Toen Lotje Later uitkwam. Ineens stond er een boek met een verhaal dat ik had verzonnen in de winkel. Dat smaakte naar méér.
Hoe heb je dat aangepakt?
Daar kan ik kort en bondig over zijn: gewoon beginnen en doorgaan! Klinkt simpel maar dat is het niet. Integendeel.
Waar krijg je inspiratie van?
Soms wandelen karakters mijn leven binnen en vragen ze aandacht. Of ik hun verhaal wil opschrijven. En dat doe ik dan. Paloma bijvoorbeeld, zij heeft lang en hard op een deur in m’n hoofd staan bonzen. Ik had de politie kunnen bellen maar ik heb haar toch maar binnen gelaten en geluisterd naar wat ze te vertellen had. En ze had een bijzonder verhaal. Net als Frietje, Lotje, Orlando en Pim. Een verhaal moet voor mij ook beeldend zijn. Ik moet het kunnen zien en horen in mijn hoofd. Beleven als een film. Kinderen zitten boordevol fantasie en maken zich niet zo druk of iets wel of niet kan. Alles is mogelijk! Daarom is schrijven voor kinderen zo fijn.
Heb je een voorbeeld (een persoon of een boek)?
Niet echt. Er zijn zoveel geweldige boeken en schrijvers, maar als ik moet kiezen: Roald Dahl om z’n verteltechniek, Raymond Chandler voor de toon en Bart Moeyaert voor de sfeer en zijn prachtige zinnen.
Heb je een ritueel als je begint met schrijven?
Nee. Als start klad ik schriftjes vol met scenes, citaten en dialogen. Dan, als ik vind dat het tijd wordt, ga ik zitten en begin ik met schrijven. Een eerste zin, of een eindscène of zomaar ergens. Voor Gevonden had ik een beeld van een oude man die eenzaam, op pantoffels, midden op de weg stond. In een van de schriftjes stond een krabbel over een meisje dat alles wat zij buiten aantrof en er zielig uitzag mee naar huis nam. Haar naam: Vrietje. Het beeld en de krabbel werden samengevoegd. Vrietje werd Frietje, de eenzame man kreeg de naam meneer Fritz en het verhaal kreeg de werktitel Ik heb een opa gevonden. En dan is het: zitten, beginnen en doorgaan.
Heb je wel eens een schrijversblock gehad? Wat heb je gedaan om eruit te komen?
Voor mij is schrijven sowieso niets anders dan blokken. En toch ben ik elke keer weer opgetogen als ik aan een nieuw verhaal begin.
Wat is het tofste dat je hebt meegemaakt als schrijver?
Dankzij Lotje Later, dat over een vioolmeisje gaat, heb ik violiste Janine Jansen ontmoet. Lotje en ik zijn grote fans van Janine.
Heb je een favoriete illustrator?
Nederland barst van de goede illustratoren, maar het liefst werk ik met Monique Dozy. Niet alleen omdat Monique mijn vriendin is, maar ook omdat ze geweldig kan tekenen en we uren over een schets kunnen praten (of soms maar twee minuten). Verder vind ik o.a. Silvia Weve, Jan Jutte en Georgien Overwater erg goed.
Van alles wat je hebt meegemaakt en bereikt als schrijver: waar ben je het meest trots op?
Er komen zo veel boeken per week uit en dan is het geweldig om te weten dat er mensen zijn die de tijd en moeite nemen om je boek te lezen.
Als je lezers één ding meenemen na het lezen van je boeken, wat zou je graag willen dat dat is?
Nog een boek! En nog een! En…
Wil je nog iets kwijt aan je lezers?
Wees eigenwijs en nieuwgierig, en blijf eigenwijs en nieuwsgierig!